opc_loader

Geschiedenis kruiden en specerijen.

 

Weinig levensmiddelen hebben de loop van de geschiedenis zo sterk beinvloed als specerijen. Ze leidden tot de ontdekking van Amerika, behoorden na goud – edelstenen en zijde tot de oudste handelsgoederen en speelden een belangrijke rol in de mythologie en het bijgeloof. In de middeleeuwen gaf de handel in specerijen zelfs aanleiding tot schermutselingen en oorlogen. Arabieren, Venetianen, Duitse en Hollandse kooplieden werden schatrijk door de handel in specerijen. Sommige soorten waren in die tijd zo kostbaar dat ze duurder waren dan goud.

 

Behalve voor het kruiden van spijzen en het conserveren van levensmiddelen speelden specerijen al in de oudheid en in de middeleeuwen een belangrijke rol in de natuurgeneeskunde.

 

Tot op heden wordt die kennis nog steeds gebruikt. Specerijen maken onze gerechten gezonder en smakelijker doordat ze levensnoodzakelijke stoffen bevatten die onze gezondheid positief beïnvloeden.

 

Specerijen hebben iets magisch, ze fascineren de mensheid al van oudsher door hun exotische geuren en overheerlijke aroma’s. Eeuwenlang waren ze een privilege van de rijken en de machtigen der aarde. Heden ten dagen zijn ze voor iedereen bereikbaar. In bijna elke supermarkt zijn kruiden en aroma’s uit de hele wereld in grote verscheidenheid te vinden. En tegenwoordig weten de meeste mensen wel om te gaan met deze verscheidenheid aan smaakmakers, maar in vroeger tijden behoorden de kruiden en specerijen tot de hogeschool van de kookkunst.

 

Deze rubriek over kruiden en specerijen is dan ook bedoeld om uw geheugen wat op te frissen, nieuwe toepassingen te ontdekken en uw kennis te vergroten over het kweken, bewaren en de toepassingen in de keuken en voor uw gezondheid.

 

Laat u meevoeren met de betoverende exotische geuren en smaken van kruiden en specerijen en ontdek de aroma’s van de wereld.

 

Peper en oorlogen!

 

Al eeuwen lang houden mensen zich bezig met het verfijnen en smakelijker maken van hun voedsel. Door opgravingen in Mexico weten we dat ze daar al gebruik maakten van in het wild groeiende soorten chilipeper in de jongste steentijd, ongeveer rond 7000 v.C. De oudste stad die in verband wordt gebracht met het gebruik van kruiden was de Soemerische plaats Uruk, die al in de 4 de eeuw v.C. bestond.

 

Rond diezelfde tijd exporteerde Indië al peper, kruidnagel, kardemon en saffraan. 1000 jaar later kenden de Chinezen kassie en soja en de Assyriërs in het Tweestromen-land gebruikten dille, saffraan, komijn, tijm en kardemon als kruiden, cosmetische aftreksels en vuurkruiden om de goden gunstig te stemmen.

 

Zelfs in de tijd van de Farao’s bestond het beroep van “ specerijenhandelaar “. Onder de heerschappij van koning Hatsjepoet, rond 1500 v.C. veroverden de Egyptenaren “Punt”, dit was het land van de Goden en een belangrijke opslag- en doorvoerplaats voor specerijen. Daar kwamen veel exotische specerijen aan uit China en Indië via de oude zijderoute, die ten zuiden van de Gobiwoestijn door het noorden van de Himalaya en door Afghanistan en Perzië naar Syrië liep. Na de verovering van Punt door de Egyptenaren namen de Ptolemeeërs, en later de kooplieden van Alexandrië, de hele specerijen handel over met de volkeren uit het noorden.

 

Wie in Athene kaneel en in Rome peper wilde hebben moest daar een werkelijk “gepeperde”prijs voor betalen. Dat kwam de Romeinen duur te staan want zij waren werkelijk dol op specerijen. Ze stelden er een eer in hun gerechten zodanig te kruiden dat je niet meer proefde wat het was. Bovendien hadden ze specerijen nodig voor hun parfums en als medicijn.

 

Als gevolg van de kruistochten kwamen er ook steeds meer exotische specerijen naar Midden- en Noord Europa.

 

In de Middeleeuwen werden exotische specerijen gezien als statussymbool. Een kleine laag van de bevolking, die zich specerijen kon veroorloven, ging er zeer verspillend mee om. Zo noemde aartsbisschop Isidor van Spanje al in de zevende eeuw 133 specerijen en aromatische kruiden die werden gebruikt voor het kruiden van voedsel in de keuken.

 

De strijd om het monopolie!

 

Na de kooplieden uit Alexandrië kregen in de 15 de eeuw Venetianen het monopolie over de specerijenhandel en werden daardoor onmetelijk rijk en verwierven hierdoor de politieke macht.

 

Niet voor niets zit het woord peper in vele uitdrukkingen die de prijs van iets weergeven, “peperduur” en “een gepeperde rekening”.

 

Gedurende 500 jaar konden de Venetianen hun specerijenmonopolie handhaven, maar toen kregen ze concurrentie van zeevaartnaties als Spanje, Portugal, Holland en Engeland.

 

Op zoek naar nieuwe wegen naar de verre specerijenlanden ontdekte Christoffel Columbus de Nieuwe Wereld, en daarmee ook de chilipepers, piment en vanille.

 

De Portugees Vasco da Gama zeilde als eerste om Koop de Goede Hoop naar Indië en bracht van deze tochten kruidnagelen, peper, kaneel en muskaat mee. Het monopolie ging hierdoor lange tijd naar Lissabon.

 

Daarna veroverden Holland en Engeland de heerschappij over de zeeën en dus ook over de specerijenhandel. Vooral de Hollanders hebben zich op de Molukken meedogenloos gedragen! Ze onderwierpen de bewoners, verdreven de Portugezen en maakten schandelijk misbruik van het land. Elke inlander die zonder toestemming een muskaatnoot plukte lieten ze de hand afhakken!

 

Het heeft niet mogen baatten want het duurde niet lang tot de zogenaamde muskaateters, een soort duif, de noten naar andere eilanden meenamen.

 

Het einde van de Hollandse heerschappij begon in de oorlog met de Engelsen in 1780. De Engelse schepen blokkeerden de Hollandse schepen in Oost- Indië en de Oost-Indische Compagnie ging failliet. Er ontstond een langdurige strijd om de koloniën, die tot de tweede wereldoorlog duurde, en pas daarna was de periode van het specerijenmonopolie definitief voorbij.

 

Toverdranken en Kloostertuinen!  

 

Anders dan met specerijen hadden kruiden geen handelsorganisaties nodig. Ze groeiden bijna overal, en dat al duizenden jaren lang. De Assyriërs kookten al met tijm en dille, en ook de Grieken hadden een bijzondere relatie met aromatische kruiden. Ze droegen hun kruiden dan ook op aan hun Goden. Marjolein, rozemarijn en tijm werden opgedragen aan de Godin Afrodite. Hippocrates, een Griekse arts en filosoof die rond 400 v.C. leefde, was de eerste die kruiden systematisch ging gebruiken voor het genezen van ziekten. Maar ook in de Griekse keuken werden kruiden veelvuldig gebruikt. De Griek Pedanios Dioscurides, die omstreeks het midden van de 1 ste eeuw leefde, kende al de meeste van de nu gebruikte geneeskrachtige kruiden. Hij maakte onderscheid tussen planten die in het wild groeiden en gekweekte planten en gaf zijn leerlingen aanwijzingen voor de verzorging en bewaring van deze kruiden.

 

In de Middeleeuwen waren kloostertuinen de belangrijkste kweekplaatsen van kruiden. Vooral de Benedictijnen brachten van hun stamklooster op de Monte Cassino planten vanuit het Middellandse Zeegebied mee naar de heide ten noorden van de Alpen.

 

Karel de Grote bevorderde ook de kweek van kruiden tijdens zijn bewind. In zijn “Capitulare de Villes” gaf hij vele kruiden op die in kloosters en burchten gekweekt dienden te worden zoals melisse, tijm, salie en marjolein.

 

In de late Middeleeuwen ging de kennis van de geneeskrachtige kruiden over op de apothekers. Elke apotheek beschikte over een eigen kruidentuin waarin kleine plantjes werden gekweekt. Voor de in het wild groeiende kruiden werden de kruidenvrouwtjes verantwoordelijk. Zij mengden liefdesdrankjes, afdrijfmiddelen, wondzalfjes en werden daarvoor, vaak nog in de Moderne Tijd, als heks vervolgd.

 

Populair werd kruidenkunde pas na de 15 de eeuw, met de uitvinding van de boekdrukkunst. Toen verscheen het ene kruidenboek na het andere en de vraag naar kruiden in de geneeskunde en de keuken groeide explosief.

 

De oorzaken zijn niet duidelijk, maar feit is dat na de 19 de eeuw de aromatische kruiden weer verdwenen uit vele keukens.

 

In de 20 ste eeuw kwamen rozemarijn, salie,tijm en andere kruiden weer in de belangstelling door de vakantiebestemmingen van de landen rond de Middellandse Zee.

 

Momenteel zijn deze kruiden niet meer weg te denken uit onze keukens.

 

 

Op de juiste manier omgaan met kruiden en specerijen!

 

Het toevoegen van specerijen en kruiden aan voedingswaren heet weliswaar “kruiden”, maar er is wel degelijk een verschil tussen kruiden en specerijen.

 

Kruiden: zijn gewassen met sappige, niet houtachtige stengels, waarvan de bladeren, bloemen, zaden en wortels kunnen worden gebruikt voor het op smaak brengen van gerechten en om hun geneeskrachtige werking.

 

Specerijen: zijn de gedroogde delen (bloemen, zaden, bladeren, bast en wortels) van aromatische planten die voornamelijk in de tropen groeien.

In de praktijk vereist goed kruiden fijngevoeligheid, wat durf en plezier in experimenteren, maar ook een goed smaakgevoel.